|
Kleine
-GOODWIN-’s avontuurlijke reizen tekst en foto’s Olle Landsell
Ik kocht -GOODWIN- in
Lidingö (een voorstad-eiland van Stockholm) in 1977. Tien jaar later zeilden
wij naar West-Indië, zij en ik. -GOODWIN- is een schip met grote ervaring. Zij
heeft tussen de ijsbergen buiten Groenland en in de Griekse archipel gezeild. ZIJ BEGON ALS WEDSTRIJDZEILER. In de herfst van 1966 begint Stockholm's zeiler Åke Mattsson te dromen over deelname aan de Singlehanded Transatlantic Race van 1968. Na gesprekken met de Fisksatra werf wordt men het eens over de bouw van een speciaalgebouwde "Havsfidra" met veel extra uitrusting.-GOODWIN- wordt uitgerust met een Volvo-Penta MD-1 dieselmotor. Die moet ook stroom leveren voor een grote radio installatie met VHF en korte golfradio. Het functionele Engelse windroer Quartermaster moet de besturing doen. Het meeste aan boord is speciaal gemaakt en versterkt. Zo ook de mast, boom en dubbele spinnakerbomen die in glasvezelversterkt plastic worden gemaakt. Rondhouten bestelt Åke van de mastenbouwer Oscar Plym in Åkersberga. Zeven en twintig jaar later staat dezelfde mast nog steeds op -GOODWIN-. En toont in het geheel geen tekenen van vermoeidheid. Na het grote trekpleister te zijn geweest van de schiptenstoonstelling "Alles voor de Zee" van 1967, maakt zij haar "maiden trip" naar Åland. Het zware want maakt -GOODWIN- een beetje te gevoelig voor de komende uitdagingen. Het wordt gecompenseerd door een 200 kilo zware loden zool in de voorkant van de kiel te plaatsen. Dit wordt later standaard op alle "Havsfidra"'s. Åke en -GOODWIN- nemen o.a. deel aan de "Gotland Rond" race voordat het tijd is voor de nogal winderige qualificatie- en transportzeiltocht naar Engeland en Plymouth. Daar wordt zij over de winter op de werf opgelegd. Daarmee is -GOODWIN- ter plaatse voor de wedstrijd over de Åke Mattsson, ingenieur
uit Stockholm, in -GOODWIN- II.
GRENZELOOS VERTROUWEN IN HET SCHIP. Het grootste deel van de wedstrijd over de Atlantische Oceaan wordt op kruisrakken gevaren. "Je went aan de zeegang", vertelt Åke. "-GOODWIN- heeft bovendien de prettige eigenschap om voor zichzelf te kunnen zorgen, zelfs onder erg moeilijke omstandigheden".De sterk gebouwde -GOODWIN- komt met vlag en wimpel de beproevingen van de volgende weken door en kan vele malen haar kracht en zeewaardigheid bewijzen. Åke vertelt over de eerste storm: "Wij waren 10 dagen op zee toen het begon te waaien uit het Zuidzuidoosten. De hele nacht zat ik te sturen. De zeegang was vreselijk met hoge steile brekers. Om er zeker van te zijn niet overboord gespoeld te worden had ik mij aan een schootlier vastgebonden. Maar mijn kleine -GOODWIN- nam elegant de ene onmogelijke breker na de andere. Na die storm was mijn vertrouwen in de schip grenzeloos". De weken verstrijken met wisselend weer. Meest vrij hard kruisen maar soms ook verscheidene dagen de spinnaker op onder perfecte omstandigheden. De laatste 500 mijl van de wedstrijd worden dramatisch. Åke's drinkwater raakt op door een lekkage, maar hij krijgt noodwater van vliegtuigen van de Canadese kustwacht. De laatste beproeving is de moeilijke navigatie tussen de ijsbergen en in de mist van de visgronden buiten Nova Scotia. GPS was er natuurlijk niet in die tijd en Decca was niet toegestaan in de wedstrijd. Maar Åke komt gelukkig voorbij het scheepskerkhof Sable Island en rondt later de gevaarlijke gronden Nantucket Shoals. Na 50 dagen op zee passeren Åke en -GOODWIN- het doel bij het Nantucket Lichtschip, even ten Noorden van New York. GEDISKWALIFICEERD. Als Åke in de Marina komt hoort hij dat -GOODWIN- gediskwalificeerd is. Hij heeft ontoelaatbare hulp aangenomen toen het water op was. De teleurstelling is totaal.De derde Zweed William Wallin heeft zoveel tegenspoed dat hij opgeeft. Hij zet koers naar het Zuiden, gaat naar de Kanarische eilanden en later verder naar Westindie. Groenland is Åke's allergrootste belevenis. Zijn ogen glimmen als hij vertelt: "'s Nachts lopen wij de kust aan. Het is als een andere planeet. Vlammend Noorderlicht doet de nachthemel oplichten en in het morgenlicht zien wij geweldige ijsbergen die met de stroom langs de kust drijven. Buiten de Prins Christiaan fjord ligt een van de mooiste eilandenkusten die ik ooit gezien heb. Binnen in de fjord rijzen de bergwanden loodrecht op tot 1000 m hoogte. Het is een fantastisch mengsel van overdadige schoonheid en grootse, karige natuur." Op Groenland is de winter begonnen en Björn kiest er voor af te monsteren en naar huis te vliegen. Maar Åke, koppig als altijd, gaat door naar IJsland. Na 2 dagen is Åke aan het eind van zijn Latijn door de kou en de vochtigheid en ziet in dat hij moet opgeven. Een vrachtschip biedt hulp aan. Åke gaat aan boord en -GOODWIN- wordt terug-gesleept naar Nanortalik. De volgende schipper van -GOODWIN- wordt William Wallin, de derde Zweed die meedeed in de Singlehanded Transatlantic Race 1968. Nadat hij de race had afgebroken zeilde hij naar West-Indië maar verliest zijn schip op een koraalrif. Als hij hoort dat -GOODWIN- te koop is, koopt hij haar en -GOODWIN- kan op nieuwe avonturen uit. Met William aan het roer begint -GOODWIN- in Mei 1969 een zeiltocht rond de wereld via de passaatwind route. Wallin gaat Zuid via het Kielerkanaal en Holland naar Plymouth op de Engelse Zuidkust. De zeiltocht is moeilijk. Het elektriciteitssysteem geeft last, het dek lekt door het beslag en het weer zit tegen. DRIJVENDE ZONDER STUURMAN Eind Juni komt -GOODWIN- aan in Punta Delgado op de Azoren. Na de Azoren gebeurt een tragedie. Op 6 Juli 1969 krijgt een handelsschip een kleine zeilschip in zicht, die 300 zeemijl ten Westen van de Azoren drijft. De schip is leeg. Alles aan boord is op orde, het log is correct bijgehouden tot de 2e Juli, daarna niets meer. -GOODWIN- wordt aan boord gehesen en meegenomen naar Italië. De schip wordt onderzocht maar wat er is gebeurd weet niemand. Een vrachtschip neemt haar later mee naar Göteborg. Aldaar ontfermt Bertil Ehnbom, de tweede in de de legendarische Singlehanded 1968, zich over haar. In de periode 1970 tot 1976 zeilt -GOODWIN- in de Oostzee onder twee verschillende eigenaars uit Stockholm en het is nu dat ik haar ontdek. Zij ligt in Saltsjöbaden. Ik kom in verrukking, maar, "je moet voorzichtig zijn met wat je je wenst, want je kunt het krijgen". Heet het. En het blijft bij een liefde op afstand. Enkele jaren heeft zij Lidingo als thuishaven. Maar op een avond kan ik mij niet langer inhouden. Ik bel haar schipper, Magnus Faxen, destijds directeur van de Rijksradio. "Ik ga lange afstand zeilen. Ik moet een goede schip hebben. Nee, ik moet de beste hebben."
EEN DOORGESLETEN LIEFDE. Het is de herfst van 1977 en ik koop haar ondanks dat zij versleten is. Gedurende de winter renoveer ik de schip totaal. Nieuwe verflaag, revisie der motor, nieuw brandstof- en uitlaatsysteem. Nieuw geïsoleerd en waterdicht elektriciteits-systeem. Nieuw want en stagen en nieuwe vallen. -GOODWIN- krijgt ook 10 nieuwe zeilen. Saltsjöbadssegel naait ze. Tien jaar geleden hadden zij ook haar eerste zeilgarderobe verzorgd. Bij de tewaterlating in de lente van 1978 is zij als nieuw. Mijn en -GOODWIN-s maidentrip gaat naar Schotland. Mijn broer Gunnar is gast. De zeiltocht over de Noordzee is mijn en Gunnar's eerste echt lange oversteek. Het weer is vrij goed afgezien van enkele dagen stijve bries. Met groene gezichten en domme koppen zetten wij door, in de harde wind op, in plaats van bij te draaien en beter weer af te wachten. Na 2 dagen paaltjes pikken in de wilde zee waren wij op. Geheel onnodig. Een harde les die nu in mijn botten is ingebrand. Na 5 dagen komen wij vermoeid en stinkend in Aberdeen aan. Wij gaan door naar Inverness, waar wij het Caledonian Kanaal binnenlopen. Schotland is prachtig mooi. Het kanaal windt zich tussen hoge bergen. Wij passeren de hoogvlakte voordat wij neergesluisd worden naar de Schotse Westkust en Loch Linnhe. Hier mag -GOODWIN- overwinteren. De volgende zomer zeilen ik en -GOODWIN- weer naar huis. Het is mijn eerste lange zeiltocht alleen. Van Inverness ga ik dwars over de Noordzee met koers naar Göteborg. Fijn zeilen met harde wind mee. Fantastische nachten met maneschijn op een woelige zee. Wijs geworden na de ervaring van het vorige jaar draai ik bij gedurende een etmaal buiten Zuidwest Noorwegen terwijl een stijve bries overwaait. Na 5 dagen kom ik opgewekt en blij in Långedrag bij Göteborg aan. Gedurende enkele jaren zeil ik daarna -GOODWIN- in Denemarken en in Duitsland. Een paar maal gaan wij door het Kielerkanaal en de Zuidelijke Noordzee naar Helgoland. Daarna krijg ik het idee dat ik een grotere schip nodig heb. Daarmee scheiden -GOODWIN-'s en mijn wegen zich voor de eerste keer. Maar wij zullen de kennismaking weer opnemen. -GOODWIN-s 5e schipper wordt Bengt Abrahamsson. Hij zeilt haar meest in de eilandenkust, meer door gebrek aan tijd dan lust tot avontuur. Hij kan ook nog een reis door het Göta kanaal dwars door Zweden maken voordat ik opbel: "Hier Olle Landsell, die je de schip verkocht. Ik ga een echt lange zeiltocht maken. Ik wil haar terug." ALLES ER UIT DAT KAPOT KAN. Het is 1985 en het besluit is genomen. Een sabbatsjaar zit in de lucht. Ik koop -GOODWIN- en zij wordt aangepast aan mijn laatste ideeën. "Wat niet aan boord is, kan niet kapot, heeft geen onderhoud nodig en kost niks". Eind Juli 1986 verlaten ik en -GOODWIN- de eilandenkust met koers op de grote zeeën. De eerste weken gaat het traag. Zonder wind en zonder motor kom je nergens. Daarna wordt het andersom. Ik moet in Hirtshals op de Deense Noorwestkust binnenblijven. Tegenwind, orkanen en stijve bries liggen als een parelsnoer op de weerkaartjes. De herfst begint op te schieten en er zijn slechts twee oplossingen: Terug naar huis zeilen of iets slims verzinnen. Acht dagen later liggen wij in Doca de Bon Successo in Lissabon. Het leven is goed. Ik en -GOODWIN- hebben naar Portugal gelift met het vrachtschip Navigia van de Transatlantic rederij. Vrachtschepen varen prima tegen de wind in en nu liggen -GOODWIN- en ik ver voor op het tijdschema. Ik kan vier ontspannen weken in Lissabon doorbrengen voordat het tijd is verder te zeilen. Het is gesjoemel natuurlijk, maar het is het waard. In mooi weer gaan wij naar Porto Santos, Madeira en daarna naar Las Palmas op de Canarische Eilanden. Op 15 November is officieel het orkaanseizoen op de Atlantische Oceaan afgelopen. Dan vertrekken de meesten naar Westindie. Maar ik heb ontdekt dat Gran Canaria leuk is en vooral het kleine dorpje Arguineguin op de Zuidkust. Ik voel mij niet eerder klaar voor vertrek dan enkele dagen voor de Kerst, maar krijg dan een mooie bonus voor mijn vertraging. De passaatwind heeft zich gestabiliseerd tot haar gewone matigheid. Ik krijg een droomreis naar Westindie met stabiele winden van 12-20 knoop. Het leven op zee is nog fantastischer dan ik had durven dromen. De zgn. "wijde leegte op zee" bruist van leven. Zeevogels, plankton, dolfijnen, tonijn, haaien. De hele laatste week zeilen wij door een kokende ketel van vliegende vissen die de hele dag om de schip heen ontploffen. Plotseling komt Barbados aan de horizon. Ik wil niet aankomen. Het heeft te kort geduurd. Nog een maand op zee was mogelijk voldoende geweest.
DE VERKEERDE TIJD IS DE BESTE. Na 33 dagen in de Noordoostpassaat anker ik in de Carlisle Baai buiten Bridgetown. Op 4 Mei 1987 vertrekken ik en -GOODWIN- weer naar Europa. De thuisreis over de Noordelijke Atlantische Oceaan wordt een nog grotere belevenis dan het zeilen in de passaat. Het leven in de passaat was een lange droom in warmte en zon. De Noordelijke Atlantische Oceaan bevat harde dramatiek. De eerste 950 mijl Noord naar Bermuda wordt een knobbelig kruisrak. Bliksem, regenbuien, heftige buien tijdens de front passages. Enkele mooie zeildagen in zonneschijn in de Saragossa zee krijgen wij ook, terwijl walvissen op afstand voorbijkomen. Ten Noordoosten van Bermuda zeilen wij door vier harde onweders heen voordat het weer kalmeert. Daarna krijgen wij een fijne zeiltocht met wind mee naar Horta op de Azoren. Tijdens enkele zenuwachtige dagen rapporteren de weerberichten over een tropische storm die zich tot orkaan zal ontwikkelen. Hij wordt verwacht naar het Noorden te gaan, recht door onze buurt. Als de storm een andere weg blijkt te nemen is de opluchting aan boord enorm. Na 40 dagen op zee loop ik Horta's mooie marina binnen en kan een biertje drinken in het beroemde "Café Sport" samen met bekenden van andere boten. Tijdens de verdere zeiltocht naar Engeland is het duidelijk merkbaar dat wij naar het Noorden gaan. De lucht- en watertemperatuur daalt voortdurend. Nieuwe vissoorten in het water, nieuwe vogels rond de schip. Wij passeren de enigszins onrustige zee van het continentale plat en grote vloten vissersschepen. Na 15 dagen zeilen van de Azoren en in totaal 55 dagen op zee uit Westindië ankeren wij in St. Mary's Pool op de Scilly eilanden. -GOODWIN- en ik zijn in Europa aangekomen. De verdere zeilerij naar huis in Stockholm via het Kielerkanaal wordt nogal taai met zwakke wind en slecht zicht. Op de ochtend van 25 Augustus 1987 leg ik -GOODWIN- vast aan de eigen steiger, neem de rugzak ter hand en loop naar de bushalte. Twintig minuten later zit ik op kantoor. Zeven jaar zijn verlopen sinds de thuiskomst en ik ben grotendeels weer terug in mijn oude bestaan als muzikant, muziekleraar en illustrator. Maar ik heb nu heel andere prioriteiten en zicht op tijd dan voor de zeiltocht. Ik ben getrouwd en ook gescheiden en ben een nieuwe activiteit begonnen die betekent dat een lange zeiltocht nog enige tijd op zich moet laten wachten. Maar eens...
-GOODWIN- IN DE MIDDELLLANDSE ZEE. En -GOODWIN- zeilt verder. In 1988 ging zij op weg voor haar vierde grote reis. Aan boord zijn Stina Ingemyhr en Göran Carstorp uit Stockholm. Zij willen een reis maken in de geest van Göran Schildt naar de Griekse eilanden. De cultuurgeschiedenis van de Middellandse Zee trekt. "Wij begonnen met alle fouten te maken die je kunt toen wij uitliepen de Noordzee in. Wij gingen met uitgaand tij de Elbe uit naar Cuxhaven, maar toen wij de stad passeerden was de stroom zo sterk dat wij onmogelijk de haven binnen konden lopen. Wij werden eenvoudig weggezet de Noordzee in. Er woei natuurlijk een frisse Westenwind. De slechtst denkbare omstandigheden dus. Wij werden behoorlijk toegetakeld door de zeegang in de Elbemonding en 's nachts kwamen wij midden in het dichte scheepvaartverkeer terecht buiten de monding van de rivieren Jade en Weser in de Duitse bocht. Het was er pikdonker. Overal lichten van schepen. Ze kwamen van alle kanten vandaan. Wij poogden zeilend uit de buurt te blijven. Het was afschuwelijk. Na enige tijd gaven wij het op en gingen Noord naar Helgoland. Daar kostte het ons 14 dagen om weer op apegapen te komen". Met toenemende routine wordt het leven gemakkelijker voor Stina en Göran. Na Holland en Engeland bezocht te hebben zeilen ze Zuid naar Bordeaux. Zij gaan het kanaal du Midi in naar de Middelllandse Zee en leggen tenslotte -GOODWIN- op voor de winter in de kleine haven Villa Nova juist ten Noorden van Barcelona.
Van November tot Maart liggen Stina en Göran in de haven van het Griekse eiland Levkas. De winters zijn hier streng. Zij hebben al lang geleden de zwemkleren opgeborgen en slapen met wintermuts op. Maar het is nooit moeilijk om de kleine schip warm te houden. DE WINTER IN GRIEKENLAND HET BESTE. "Wij verdreven een groot deel van de tijd met het lezen van boeken en algemeen navelstaren. Wij maakten vele tochtjes naar het binnenland. Nogal verrassend vonden wij allebei dat de koele overwintering in de haven van Levkas eigenlijk het hoogtepunt was van de hele reis." De thuisreis begint in Maart 1990. Ze kustzeilen de Italiaanse laars rond. "De Middellandse Zee was ongelooflijk mooi in de lente. Niet veel boten, geen vakantiegangers. Wij lagen mooi en gratis in de Porto Communale van de havens. En wij ontmoetten vriendelijke mensen." Via de eilanden Capri en Elba, sprookjesachtig mooi in Mei, zeilt -GOODWIN- Noordwaarts naar Monaco, Marseille en Arles. Hier begint de lange reis door Europa's kanalen. Zij vinden allebei dat het erg interessant en leerrijk is. -GOODWIN- gaat door Oostelijk Frankrijk, Duitsland in en neemt het Rijndal. Gaat Keulen voorbij en daarna via de rivieren Elbe en Trave naar Travemunde aan de Oostzee. Schip en bemanning komen terug in de eilandenkust van Stockholm in Augustus 1990. Ik vraag Göran hoe het was om thuis te komen. ZEILEN IS EENVOUDIG, THUIS TE KOMEN IS ERGER. "Het was stik
gemakkelijk om buiten te liggen op een lange zeiltocht vergeleken met om
thuis te komen! Veel was er gebeurd, het leven wacht nu eenmaal niet. Veel was
veranderd, vele vrienden waren verdwenen in eigen levens. Wij hadden tenslotte
twee jaar aan boord gewoond. Het nam feitelijk een paar jaar om te landen. Wij
vonden allebei dat het moeilijk was om een gewoon leven van het begin af weer op
te bouwen. Het voelde ook een beetje als een echtscheiding tussen Stina en ik
toen wij thuiskwamen en begonnen te werken. Wij hadden zo dicht bij elkaar
geleefd gedurende verscheidene jaren dat het vreemd aanvoelde om plotseling hele
dagen gescheiden te zijn en om alleen 's avonds een paar uur elkaar te kunnen
zien. Wij moesten elkaar in nieuwe rollen ontmoeten. Tot de verwondering van
mijn omgeving bleef ik nog
vele maanden naar de berichten voor de scheepvaart luisteren. Het was een manier
om contact met mijzelf te houden en met de grote belevenissen van de afgelopen
jaren. Het was veel gemakkelijker om te vertrekken dan om thuis te komen".
Reeds eerder geplaatst in 1997
|